Diploma

Hebbes.
Het was nog niet makkelijk. Ik bedoel, het harde werk was gedaan, een jaar in Ierland, colleges, essays, scriptie, alle goedgekeurd, maar toen moest ik de betreffende 22 april nog in Dublin geraken om m’n diploma op te pikken.
En was daar een vulkaan in IJsland die bedacht dat het leuk was om uit te barsten en de ((atmo)sfeer te verpesten. Ironisch genoeg ben ik een aanhanger van het motto ‘geniet, maar vlieg met mate’. Toch is het dan wel zuur als je feestje verknald wordt door de complete Europese vloot die aan de grond moet blijven.
Er begon die dagen al wel weer wat te vliegen, maar met het bericht van m’n geschrapte vlucht zakte de moed me in schoenen.
M’n broer en zus waren echter alerter en boekte de veer, nee twee veren (is dat het meervoud?) en startten de auto. Zo bliezen we door Belgie, Noord-Frankrijk, Engeland en Wales om om 6 uur ‘s-ochtens aan te komen. Op de dag zelf wel te verstaan. Gelukkig kon ik nog een paar uur slaap vatten alvorens m’n pak op te pikken en daarna ook de toga waarin je wordt verwacht bij de ceremonie. In het Latijn, met de nodige hoogwaardigheid. Uiteraard werd m’n naam verkeerd uitgesproken. Maar het kon me niet deren.
Ik heb m’n papiertje.
Zo.
Nu eens kijken wat ik er aan heb.

mei 18, 2010
By on 12:37
Geslaagd

Het is gelukt. Mijn scriptie is afgelopen december goedgekeurd.Ze namen hun tijd, maar dat mag de pret niet drukken. 22 april zal ik in Dublin in een zwarte toga en met zo’n hoedje mijn Master-diploma in ontvangst nemen. Heel veel dank aan allen die het mogelijk gemaakt hebben.

groet
Florian

januari 15, 2010
By on 14:10
Scriptie afgeleverd

Hallo

Ik heb inmiddels mijn scriptie ingeleverd en ben in afwachting van beoordeling. Ook ben ik weer in Nederland. Dus niet meer in Dublin. Dat luidt het einde van aktiviteit op dit blog in. Maar lees gerust nog door de ervaringen. Dat moet ik ook nog eens doen. Het was een mooi jaar. Hopelijk kan ik hier binnenkort aankondigen dat ik geslaagd ben en mij weldra Master mag noemen.

groet
Florian

november 18, 2009
By on 13:13
Bericht bij afwezigheid

Hoi hoi. Nee dit blog is niet ter ziele. Ik ben alleen heel druk bezig met het schrijven van een scriptie en niet zeker over mijn conclusies. Als ik iets concreets heb laat ik het weten. Prettige vakantie in de tussentijd.

juli 1, 2009
By on 22:56
Gezever.

En zo schijf ik weinig meer op mijn blog. De reden hiervoor is dat ik veel aan het lezen ben. Veel aan het verwerken. Van wat ik gezien heb in Ierland natuurlijk, maar ook wat ik nu aan het lezen ben. Ben het een plaats aan het geven, probeer een prille opzet te maken voor mijn scriptie. En dan kom je niet zo aan schrijven op een blog toe. Dingen zijn niet uitgekristalliseerd. Dan is het altijd lastig om het gelijk te posten.
Hoewel, eerder waren dingen ook niet uitgekristalliseerd. Dit bericht is dat ook niet. Dit gezever is daar bewijs van. Maar mijn punt is dat ik nu niet echt veel beeldende ervaringen heb die ik zo direkt aan mijn verblijf in Dublin kan koppelen, behalve dat ik aan het schrijven ben aan mijn scriptie.
Maar misschien is het goed om hier hardop te filosoferen welke kant die op zou moeten. Zonder te vervallen in digitaal exhibitionisme.

Ik schrijf nu dus al stukjes. Stukjes over wat ik lees. Jan Fabre doet veel met lichamen in zijn voorstellingen. Dus ik schrijf daar dan iets over. Vooral nog om het in mijn hoofd netjes in een vakje te kunnen doen. Het zal immers weinig zin gaan hebben om exact dat vast te stellen tegen het einde van mijn scriptie. Ik hoop toch met interessantere dingen te komen. Tekst zoals gezegd, en hoe dat gericht ontstaat in zijn werk, of dat gericht ontstaat. Daarover komt dan telkens een milde onrust in me op. Die tekst, namelijk, is er niet zoveel. Maar, aan de andere kant, dat is ook de reden dat er niet zoveel over geschreven is. Er is wel weer een tekstboek met zijn theaterteksten. Dat heb ik bemachtigd. Hoezee. Het zal een eigen plan trekken worden, zoals dat hoort in een relevant werk. En dat is iets wat ik graag wil schrijven. Of daarvan wil ik graag het gevoel hebben dat ik die aan het schrijven ben. Naderhand kun je altijd pas zeggen of ‘t gelukt is.

Met Dublin heeft dit alles eigenlijk niet zo gek veel meer te maken. Behalve dat ik bedacht heb dat Belgen en Ieren uit hetzelfde hout gesneden lijken. Fijn hout hoor, daar niet van. Joiviaal hout, gelaten hout, je kent het wel, hout dat gaten in het wegdek laat. Maar dat is nu niet iets wat je in een academische scriptie neerschrijft. Maar waar ik wel rekening mee moet houden is dus dat ik het eigenlijk schrijf voor mensen in Dublin. Dus ik mag niet teveel aannemen dat men alles al weet. Mijn afstudeerbegeleider zal meer weten, toegegeven, maar ik zou mij graag richten tot de gemiddelde Ierse Postgrad student.

En kijk, zo heb ik al wel iets goed uitgevonden, namelijk mijn hypothetische lezer.

juni 22, 2009
By on 20:44
…geland, verfrist en ga!

Na een korte pauze waarin me even met andere wereldse zaken bezig hield ga ik nu – terug in Nederland – bezig aan het laatste wapenfeit van de Master die ik volg: de scriptie. Of dissertatie, als ik even letterlijk vertaal. Het klinkt in Nederland als iets erg belangrijks, zodat mijn aandacht erbij blijft. De zomer zal zich snel vullen met verleidingen. Maar ik wil de dissertatie ook als een kans zien, een reden om ergens in te duiken, op te duiken, uit te pluizen, onder te loep te leggen en uit te tekenen.

In eerste instantie wilde ik mij bezig gaan houden met de rol van schrijven voor ‘nieuw toneel’. Ik heb het er al eerder over gehad (overslaan toegestaan): Nieuw toneel opgevat als de hedendaagse theatermakers die weinig boodschap hebben aan traditionele dramatische strukturen en een geheel eigen plan trekken en daarbij vaak grenzen over gaan. Ondertussen hebben ze een geheel eigen(zinnige) stijl van theater hebben gecrexeberd. De term postdramatisch theater wordt ook gebruik. Omdat men zich voorstellingen niet meer opbouwt rond drama. Natuurlijk levert dit loskoppelen van drama een enorme vrijheid op. En variatie. De verschillen binnen deze zgn nieuwe stroming vaak groter zijn dan die tussen sommigen binnen deze groep en de oude garde. Dat wil ik onderzoeken. Wat de rol van de schrijver in deze vormen en strukturen van theater kan zijn. Moet zij of hij ertegenin gaan? Deze nieuwe vormen ontkennen nogal eens het belang van toneeltekst. Er wordt wel gesproken, maar het gaat zelden om de inhoud) Of moet zij of hij mee veranderen en hoe zou dat te doen zijn? Het veld rond mijn vragen had ik scherp in mijn hoofd.

Mijn probleem was dat ik geen corpus had. Geen lichaam, geen body of work om naar te kijken. Toen merkte een docent op dat Jan Fabre een goede optie zou zijn. Ik was enigszins verrast dat iemand hem in Ierland kende. Fabre’s voorstellingen mogen in heel de wereld gespeeld worden; in Ierland kijkt met niet vaak voorbij de Engelstalige wereld. Gezegd moet dat mijn docent uit New York kwam, een plek waarvan ‘vernieuwend/experimenteel theater’ de tweede naam is. Afijn, blijde verrassing omdat ik van Jan Fabre al dingen gehoord en vervolgens gezien had. Zijn werk is interessant en biedt een overdaad aan aanknopingspunten voor het bovengeschetst onderwerp. Hoewel de twee voorstellingen die ik heb gezien erg bijzonder vond en zeer te moeite waard, wil mezelf geen fan noemen. Maar dat is goed, erg goed gezien onze coherentie. Bewondering werkt verlammend op kritische schrijfkwaliteiten. Het hangt er maar vanaf, hoe blind je bewondering is, maar je echte objektiviteit is naar de knoppen. En na mijn laatste essay over fenomenologie werd met bij het ontvangen van een goed cijfer wel gemeld dat het iets academischer kan. Ik schuif blinde bewondering daarom maar even voor me uit. Al hou ik mijn verwondering onderwijl dichtbij me. En men brengt het naar je toe zonder dat.

En dan eerlijk schrijven over wat ik tegenkom?

Vanaf nu, ogen open, kop erbij, vingers op de toetsen. Nu.

juni 1, 2009
By on 23:44
Wat ik heb met die mensen hier

Met gevaar op herhaling ga ik even door met reflekterende stukjes. Ik ben tenslotte over minder dan een week weer thuis.

Op akademisch vlak is het onverwacht goed gegaan hier in Dublin. Uit de lessen heb ik enorm veel opgestoken. Ik had graag gehad dat het er meer waren geweest. Vorige week kreeg ik een essay, waarvan ik dacht dat ik er een bende van gemaakt had, terug met een 68. Ik moest het even navragen want de cijfers zijn hier net iets anders. 80 is bijvoorbeeld voor de echt briljanten onder ons en 100 wordt nooit gegven. Een 68 was dus gewoon een A, of een 8 dus. Ten slotte had ik van de week een uitstekend gesprek met de begeleider van mijn dissertatie. We hadden het over het onderwerp waarop ik me zal concentreren, hoe ik het zal uitwerken, en zaten op xe9xe9n lijn. Ik ga het in Nederland schrijven. Dat bleek ook geen enkel probleem en ook nog praktisch omdat ik dan dichterbij enkele bronnen zou zitten. Afgevinkt. Op artistiek vlak ging het eigenlijk nog beter met drie opgevoerde voorstellingen en wellicht nog xe9xe9n in de maak voor het Fringe festival in augustus.

En sociaal vlak. Mwa. Beetje tussen de wal en het schip. Het bleek toch is het ook moeilijk om echt goed kontakt te leggen. Hopelijk heeft dat ook met mijn situatie te maken – anders ben ik het gewoon zelf. De studenten in mijn master hadden allemaal min of meer hun eigen leven al aangezien ze al in Dublin woonden. Dus ze stonden niet echt open voor nieuwe vriendschappen. Ik bedoel, een biertje na een voorstelling of een presentatie zat er altijd wel in. Maar meer toch niet. Dat vond ik soms wel jammer. Natuurlijk heb ik dingen gedaan in de Drama Society, maar daar is de gemiddelde leeftijd hooguit twintig. En dat voelt als best een groot gat (ik ben ondertussen 28,tjesus). Goed, de soep wordt niet zo heet gegeten als ie opgediend wordt – ik heb zeker een aantal leuke mensen leren kennen – en bovendien heeft het mij niet verleidt om al te lang in de kroeg te zitten. Een rexebel gevaar alhier, had ik dat al gezegd? Ik koos bovendien regelmatig zelf voor aftocht omdat ik het ook gewoon fijn vind om ‘s avonds nog wat te werken. Het zou best eens kunnen dat ik langzaam beroepsidioot aan het worden ben. Even testen als ik weer terug ben.
Verder: Dublin zelf is een stad die te bevatten is en waar ik me geen moment onveilig heb gevoeld. Peperduur, al zijn de prijzen met een noodgang aan het zakken.

Conclusies? Ik moet maar eens terugkomen in een andere kontext. Een voorstelling ofzo, met een groep. Oh ja, ik kom sowieso terug om die dissertatie in te leveren – daarover later meer, want het wordt weer eens tijd voor wat theoretische ipv deze dwepende ‘wat-doe-ik-hier’ stukjes – en om hopelijk een graad te ontvangen, gekleed in een belachelijk zwarte toga. Ik heb er nu al dubbele gevoelens over.

mei 10, 2009
By on 19:45
Een propje groen in de atlantische oceaan

Zo, nu is het tijd om echt reflektief te worden. Ierland. Over een paar weken ben ik weg. Ik kom wel weer terug natuurlijk, om dingen in te leveren, en hopelijk ook om een graad op te halen. Maar mijn scriptie ga ik lekker thuis schrijven. Thuis is toch thuis, Nederland. Hoe verder weg je gaat, hoe meer je je dergelijke dingen realiseert. Ik ben helemaal geen reiziger, laat staan een avonturier. Ik reis enkel voor het fijne gevoel van thuiskomen.
En hier in Dublin ben ik zoveel bezig geweest dat ik haast geen tijd had om veel van het land te zien. Ik ben er gelukkig in elk geval wel een beetje uit geweest, Kerry en Noord Ierland en de Wicklow Mountains. Wanneer kun je zeggen dat je een land gezien hebt? Of ervaren? En is dat hetzelfde, zien en ervaren?

Als ik gemeen zou willen doen, kan ik zeggen dat Ierland een beetje saai groen eiland is. Zoals gezegd, ik was laatst in Noord Ierland. Dat verschilt ook niet veel, ook groen, redelijk kleine enigzins verlopen huisjes verspreid door het landschap. Nou ja, in het noorden dus was onlangs wel weer wat stennis. Gelukkig werd al snel duidelijk dat niemand terug wilde naar de oude situatie. Liever een dooie boel dan dooie mensen. Ironisch genoeg is het troubles-toerisme redelijk lucratief. Maar het moet vooral een pijnlijk VERLEDEN blijven. Pijnlijke NU’s doen het minder goed als bestemming. Maar het zegt genoeg dat dat dan toeristen trekt.

En de onherbergzame atlantische kust natuurlijk. Waar het idee juist is dat er nooit wat gebeurt en dat je er dan kunt wandelen en verzuchten. In dat opzicht klopt het allemaal wel. En zeg nou eens eerlijk, in welke middelgrote stad in Nederland gebeurt nou echt echt wat. Nachtclubs betekenen voor mij niet dat er wat gebeurt.In Portrush aan de Noord-Ierse kust ging ik met een vriend uit Nederland mijn oude vriend Peter opzoeken die ik eens op reis was tegengekomen. Hij nam ons mee naar de lokale nachtclub. Ik hou niet van volle ruimtes met harde muziek, maar ik wil ook geen vriendelijke initiatieven de grond in boren. En mijn nachtclubmerrie kwam uit: de plek was zo volgestouwd, dat je zelfs je pint niet naar je mond kon brengen. Wellicht een effectieve manier om mensen niet teveel te laten drinken, maar ik werd er onpasselijk van. Het was gelukkig snel genoeg afgelopen, omdat we allemaal het gevoel hadden dat het niet echt de avond van ons leven zou worden. Het geeft aan hoe graag men die ene dag in de week dat ‘er iets gebeurt’ niet wil missen. Dat is in Nederlands net zo. Dus wat is mijn punt? Ah ja, het maakt eigenlijk niet uit dat ik straks weer naar huis ga. Denk ik.

Goed, dan de inwoners van dit eiland zelf. Nog altijd dezelfde vrolijke, ietwat gelaten, figuren. Combineert niet altijd even lekker met dat drinken, want door die gelatenheid kunnen ze zich ook ineens laten gaan. Maar meestal combineert het wel. Vaak resulteert het in een soort toneelstukje in de kroeg. Kijk, de kroeg. Het publieke huis. Daar gebeurt altijd wat, en toch nooit iets. Dat zijn de betere plekken. En ze zijn overal te vinden.

mei 2, 2009
By on 19:18
Oef, en natuurlijk ging alles weer anders

Volg je een half jaar een vak waarin je schrijft aan een toneelstuk. Schuif je een week van tevoren dat toneelstuk wegens twijfels opzij om iets anders in te leveren (en krijgt daar ook toestemming voor). Schuif je twee dagen van tevoren ook dat weer opzij omdat je weer twijfels hebt. Je pikt een klein idee dat je eerder al had uitgewerkt op en levert dat in. En voelt je daar tamelijk voldaan over. Mag dat?
Voel me d’r bijna schuldig over. Geschreven in de lesperiode. Alleen terzijde. Op een xe9xe9n of andere manier krijg ik terzijde altijd de beste ideexebn. Of misschien is het omdat ik daar niet zo over-ambitieus mee ben.

Om verder te gaan op mijn vorige bericht. Ik had er dus wijs voor gekozen om niet de Ieren te ‘overieren’ (of in het Engels to out-Irish the Irish), maar alles in te zetten op een meer gemonteerd toneelstuk, met indirekte en meer direkte verwijzingen naar aktualiteiten, terwijl ik ook speelde met het idee van hoeveel of hoe weinig invloed theater op mensen kan hebben. Het fijne van monteren is dat je van hot naar her kan springen. Het nare van monteren is dat je van hot naar her kan springen. Ik had tamelijk vlug een kern van scenes die ik wilde gebruiken, maar ik deed er oneindig veel langer over om die goed op elkaar te passen zodat ze naar iets wezenlijks gingen wijzen. Een toneelstuk moet toch op een bepaald vlak coherent zijn, en is dat niet op het vlak van karakter, plot en/of drama, dan moet je je thematiek helder krijgen. En dat is moeilijk. Zo moeilijk was dat voor mij, dat ik allerlei bokkensprongen ging uithalen. Vreemd is wel, dat op het moment dat een rare wending in je opkomt, het een briljante ingeving lijkt te zijn. Ik print hierom voor de zekerheid al mijn kladversies uit om ze door te nemen. Achter je computer vandaan blijkt namelijk des te meedogenlozer hoe idioot iets idioots is. Zondag krabde mezelf op mijn hoofd en bedacht me dat ik de kladversie die ik had liggen niet moest inleveren. Zo wilde ik hier niet herinnerd worden, als de chaotische Nederlander die met zijn nieuwe concepten gigantisch onderuit ging. Ik wilde iets waar ik om kon geven. Want dat merkte ik, dat al die scenes, en dat goochelen met verschillende figuren en stemmen me als schrijver ervan onverschillig maakte. Dat is niet goed. Dus ik wilde personages waar die me een donder konden schelen en een simpel verhaal wat van A naar B ging. Dat vinden Ieren leuk, maar hee, ik ook. Dus pikte ik een idee op, over een jongen die van de ene op de andere dag besluit dat ie een steen is en daar zijn omgeving mee confronteert. Jeugdtheater? Wie zal het zeggen. In de winter heb ik hier aan gewerkt, eigenlijk maar aan xe9xe9n persoon laten lezen en daarna had ik het onder tijdsdruk opzij geschoven. Maar nu kwam het me toe als een redding, precies wat ik zocht. Ik vertaalde, herschreef, verbeterde en leverde in. Zo simpel was het.Ik las het zojuist door en dacht nog steeds: ja.

Dus heb ik nu twee in de stijgers staande stukken. Een ‘Iers’ toneelstuk en een met plakband aan elkaar hangende kollektie scxe8nes. Die ga ik allebei ooit nog afmaken. Er moet alleen nog veel tijd in, er moet nog een kern in. Ik zie mezelf ergens op een landweg lopen of de afwas doen en ineens zie ik het dan. Maar nu nog niet. Nu eerst even rust.
De presentatie van stukken van mij en mijn klasgenoten die we tijdens deze toneelschrijfmodule schreven is overigens op 1 mei, vrij entree. Voor hen die in de buurt zijn.

april 18, 2009
By on 22:48
Welk van de twee stukken af te schrijven en in te leveren

Goed terzake. Het theater. Het hier. Het nu.

Ik moet mijn toneelstuk afschrijven. Maar ik worstel. Het gevaar is werkelijkheid geworden. Het gevaar dat het je weinig kan schelen wat er met je personages gaat gebeuren. Misschien is dat ik zelf ook een periode van schouderophalen doorga. Alle doelen lijken zo ver weg, dus het is moeilijk mij te motiveren.

Aan de andere kant heb ik onlangs wel heel vlug een boel geschreven wat ik er gewoon uit moest gooien. Een aaneenschakeling van taferelen, zijdelings of meer direkt te maken met gewapend conflict. In eerste instantie ingegeven door het gebeuren in Gaza, maar doorbouwend op algemenere politiek-ethische kwesties. Met behoud van theatraliteit, althans dat hoop ik. Het mooie was dat ik altijd al zoiets wilde schrijven, maar dat het moeilijk is niet in propaganda te vervallen. Dit wat ik eruit gegooid had – gal zou ik het niet willen noemen, want ik ben niet verleid veel bloed en goorheid te schrijven, een middel dat al even is uitgewerkt in theaterland – was een collage van fragmenten. Fragmenten, zeker, als een soort onmacht het geheel te bevatten. Maar ook fragmenten om een groter veld op te spannen, meer kleuren te kunnen gebruiken.

In eerste instantie wilde ik het zelfs gaan regisseren bij Players, de drama society, maar omdat ik al twee keer geregisseerd had, vonden ze daar dat er nu even andere mensen aan de beurt waren. Wel zo eerlijk. Ze hadden een puntje. Niettemin had de deadline voor het inleveren van een voorstel me de motivatie gegeven om de beelden de ordenen en struktureren. Zo heb je ineens een redelijk voltooid werk. Aktueel ook, dus wil ik er toch wat mee.
Nu ben ik er dus over aan het denken dit in te leveren als mijn ‘full length play’ voor het vak Toneelschrijven. Daar zou ik eigenlijk twee maanden of langer aan hebben moeten gewerkt. En Melissa en Marina zoude er al wat van moeten hebben gezien. Verstandig is anders. Maar verstandig is niet waar ik op koers in schrijven. Het is een spannend idee dat ze bij de beoordeling ineens (weer) een nieuw stuk voorgeschoteld krijgen. Vermoedelijk is het geen werk is dat in hun straatje ligt. Maar dat zijn vooroordelen. En als ik dat dan geloof, kan ik het stuk nog altijd bijwerken natuurlijk. Herschrijven, en met iets spetterends rauws en dynamisch op de proppen komen. ‘Smooth’ zal het wel niet worden, maar ik kan de houtje-touwtje verbindingen nog best met wat duct-tape verstevigen.

Zo schuif ik toch de Ierse familie met hun drank, religie en topzwaar drama opzij. Of laat ik zeggen, parkeer ze even. Het heden – jech, wat pretentieus, maar goed je moet wat – is belangrijker. Ze zijn alhier ook gemoderniseerd. Toneel groeit langzaam mee. Dan moet ik geen antieke stukken proberen te schrijven. Ben ik nou die frisse continentale bries? Ja, dat ben ik. Ik stond niet op het weerbericht, maar ik ben er toch. 

Hoewel, de gedachten van de gemiddelde man/vrouw in de straat waarschijnlijk door andere dingen worden beheerst…Er zijn gisteren ontzettende bezuinigingen voorgesteld, wegens economische malaise. Da’s hier vrij hard ingeslagen. Wellicht dat ze toch nog terugvallen in de agrarische patriarchale samenleving. En dat ze een ontzettende zucht naar modern traditionele stukken krijgen.

Neh, dan kan ik het altijd nog afschrijven. Ga ik sowieso doen. Eerst even mijn over-ambitieuze projekt bij elkaar lijmen en inleveren.

april 8, 2009
By on 17:01